Personen met een handicap: nog steeds te veel discriminatie
Zonder dieper te willen ingaan op de uitspraken van Mr. De Gucht en de bijhorende polemiek die hier afgelopen dagen is rond ontstaan, wil het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding van de gelegenheid gebruik maken om te wijzen op de volgende feiten:
Na de ‘raciale’ dossiers blijft handicap het discriminatiecriterium waarvoor het Centrum het meest ingeschakeld wordt. Bijna 1 op 5 geopende dossiers in 2010 (18% van de 1471 dossiers) had betrekking op handicap. Eén derde (29%) van deze dossiers was arbeidsgerelateerd terwijl 36% van de dossiers draaide rond de toegankelijkheid van goederen en diensten. Toegang tot (openbaar) transport is binnen deze context nog steeds van fundamenteel belang: om te kunnen werken moet men zich immers in de eerste plaats kunnen verplaatsen.
Ook de toegang tot onderwijs voor personen met een handicap blijft problematisch: in de praktijk blijven scholen en opleidingscentra kampen met problemen rond toegankelijkheid, letterlijk en figuurlijk. Wat onderwijs betreft, krijgt het centrum trouwens steeds meer vragen die betrekking hebben op inclusief onderwijs (10%).
Uiteraard wil de overgrote meerderheid van personen met een handicap wel degelijk werken. Maar gezien de vele barrières is dat jammer genoeg geen evidentie. “Het inschakelingsbeleid voor personen met een handicap op de arbeidsmarkt heeft zich de afgelopen jaren zowel in de openbare sector als in de privésector op heel uiteenlopende manieren ontwikkeld” stelt Jozef De Witte, directeur van Het Centrum: “Daarbij gaat het zowel over premies en andere aanmoedigende maatregelen, begeleidende maatregelen en diversiteitsplannen, maar ook verplichte tewerkstelling in de overheidssector.” De kloof tussen goedbedoelde intentieverklaringen en de dagelijkse realiteit blijft desondanks groot. Flauwe excuses die een gelijkwaardige participatie aan het sociale leven belemmeren, blijven dan ook courant.
Wat de aanwerving van personen met een handicap betreft, slaagt de publieke sector er dan ook niet in de doelstellingen te halen die door de verschillende overheden werden opgelegd:
Zo stelt de Waalse Ambtenarencode een streefcijfer van 2.5% gehandicapte personen voorop. Vandaag zijn er slechts twee organisaties die dit percentage halen (AWEX en AWIPH).
De Vlaamse Regering keurde in 2004 dan weer een algemeen streefcijfer goed van 4,5% personeelsleden met een handicap voor 2010. In 2010 bleef dit cijfer steken op 0,93%.
In 1999 werd voor de Brusselse overheidsdiensten een quotum van 2% ingevoerd. Tot op vandaag ontbreekt het echter aan statistieken om na te gaan of dit quotum gehaald wordt.
Met een schamele 1,28% tenslotte, hebben ook de federale publieke diensten nog heel wat werk voor de boeg.
In de private sector merken we dat het concept ‘redelijke aanpassingen’[1] nog te weinig bekend of begrepen is door ondernemingen. Nochtans was deze verplichting tot het nemen van redelijke aanpassingen voor werknemers met een handicap één van de belangrijkste bijdragen van de antidiscriminatiewetgeving. Het weigeren van redelijke aanpassingen vormt bovendien een discriminatie.
Het door België geratificeerde VN Verdrag voor de rechten van personen met een handicap, waarvoor het Centrum recent werd aangesteld als opvolgingsorgaan, beantwoordt aan de groeiende nood aan inclusie, non-discriminatie en zelfbeschikkingsrecht van personen met een handicap. Het Verdrag bepaalt dat personen met een handicap van alle politieke, burgerlijke, economische, sociale en culturele rechten moeten kunnen genieten.
Er is met andere woorden nog veel werk aan de winkel en een verandering van mentaliteit blijft broodnodig. Deze moet er o.a. komen door een toenemende sensibilisatie van de samenleving en meer toegankelijkheid in de brede zin van het woord. We denken hierbij zowel aan het onderwijs, scholen bedrijven, huisvesting, gebouwen, transport, etc.
Tot slot wenst het Centrum te herhalen dat de inclusie van personen met een handicap, en bij uitbreiding de inclusie van alle (kwetsbare) groepen in onze samenleving, ook wordt beïnvloed door beeldvorming en taal. Veralgemeningen beantwoorden zelden aan de realiteit. Ze zijn bovendien onnodig beledigend voor de betrokken personen en de samenleving.
[1] Een redelijke aanpassing is een concrete maatregel die de negatieve invloed van een onaangepaste omgeving op de deelname aan het maatschappelijke leven voor een persoon met een handicap zoveel mogelijk neutraliseert

Deze pagina afdrukken